Inertie  (Inertia)
W139, Amsterdam
Warmoesstraat 139, Amsterdam, NL
September 6 - October 12, 2008  
with: Anatoli Osmolovsky, Albert van Westing, Viktor Alimpiev, Vladimir Kustov, Maarten Heijkamp, Pavel Pepperstein, Fokke & Sukke, George Korsmit, Gluklya & Tsaplya, Buro Jan-ze, Iris Kensmil, Ivan Razumov, Roos Theuws, Sands Murray-Wassink, Sergej Bugaev Afrika
curator: Erik Hagoort
shown: the series Vincent, 2008; and the series Ongeluk (Accident), 2008
_____________________________________________________________________________    
 
 
 
_____________________________________________________________________________
 
Art has an air of the stubborn, an ability to stay in place or keep on track. And artists have the option of assuming a personal position of carving out their own path. Some artists do. But how do they go about this now, when most people have chosen to be vacillators rather than anything else? This is the central issue in ‘Inertia’, the Russian-Dutch diptych with exhibitions and symposia in St. Petersburg (2006) and Amsterdam (2008).
Breaking free of belief in progress to pursue an alternative, unorthodox way of life, is a familiar Russian theme. By intentionally ‘sitting with arms folded’, the former civil servant in Dostoevsky’s Notes from Underground (1864) aims to lay the foundations for breaking free; he calls it ‘inertia’.
In a similar way, in the 1990s, a number of Russian artists sought alternatives to the hyperactive avant-gardism that had art in a stranglehold after the collapse of the Soviet Union. Avant-gardism has calmed down and now, even in Russia, the business of art is booming, too. But these artists are still edgy, still alert.
What is clearly emerging in Russia is also evident – in a different way - among a number of artists in Holland. These artists are also seeking ways of shaping their lives and art without their work responding to change or current situations. A fruitful inertia. The project attempts to explore this standpoint, and have a hand in shaping it.
 
Erik Hagoort
___________________
 
Kunst kan taai, zelfs onwrikbaar zijn. En kunstenaars hebben de mogelijkheid een eigen positie in te nemen, een eigen koers te varen. Sommige kunstenaars doen dat ook. Hoe zijn zij daartoe in staat, nu men er vooral op gebrand is veranderlijk te zijn? Die vraag staat centraal bij ‘Inertie’, een Russisch-Nederlandse tweeluik met tentoonstellingen en symposia, in Sint-Petersburg (2006) en in Amsterdam (2008).
Loskomen van het vooruitgangsdenken en op een alternatieve, nog onvermoede wijze in het leven staan is een bekend Russisch thema. Door 'bewust met de armen over elkaar te zitten' wil de ex-ambtenaar in Dostojevski’s Aantekeningen uit het ondergrondse (1864) de basis leggen voor dat loskomen, en hij noemt dat inertie.  
Op een vergelijkbare manier zocht een aantal Russische kunstenaars in de jaren negentig van de vorige eeuw naar alternatieven voor het hyperactieve avant-gardisme dat de kunst in zijn greep had gekregen na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Het avant-gardisme is tot bedaren gekomen en ook in Rusland is kunst inmiddels 'booming business'. Maar deze kunstenaars zijn op hun hoede gebleven.
Wat in Rusland duidelijk naar voren komt, is op verschillende manieren ook bij een aantal kunstenaars in Nederland te zien. Ook zij willen hun bestaan en hun kunst vorm geven zonder met hun werk in te spelen op veranderingen of de actualiteit, noch door die te relativeren. Een basis leggen voor onvermoede mogelijkheden. Vruchtbare inertie. Dit project beoogt die te verkennen en er een bijdrage aan te leveren.
 
Erik Hagoort
 
 
Albert van Westing